Richtlijnen VKGN - StOET

Index

Versie : 11 | Auteur : VKGN - Stoet | Laatste wijziging : 2023-08-10 10:47:08 door : VKGN - Stoet

Prostaatcarcinoom


Laatste inhoudelijke update: 2023

Expert opinion

Verwijscriteria

  • Patiënt met prostaatcarcinoom* en familielid** met mamma-carcinoom < 50
  • Patiënt met prostaatcarcinoom* en familielid** met ovarium-carcinoom (ongeacht leeftijd)
  • Patiënt met prostaatcarcinoom* en familielid** met pancreas-carcinoom (ongeacht leeftijd) 
  • Patiënt met prostaatcarcinoom* en Joodse afkomst
     *      Gleason score ≥7    
    **     Eerste- of tweedegraads familielid

Tumorsyndromen/genen

De volgende genen worden kenmerkt door (onder andere) een verhoogde kans op prostaatcarcinoom:

·         BRCA2

·         HOXB13

 

De volgende genen zijn mogelijk ook geassocieerd met een verhoogde kans op prostaatcarcinoom:

·         BRCA1

·         CHEK2

·         PALB2

·         ATM

·         MLH1

·         MSH2

·         MSH6

·         PMS2

 

Diagnostische criteria Familiair prostaatcarcinoom

  • Prostaatcarcinoom* vastgesteld bij ≥3 familieleden**
  • Prostaatcarcinoom* vastgesteld bij ≥2 familieleden**, beiden met een diagnoseleeftijd van 55 jaar of jonger
  • Prostaatcarcinoom* vastgesteld in 3 opeenvolgende generaties, binnen 1 tak van de familie
    * Gleason score ≥7
    ** Eerste- of tweedegraads familielid

Kenmerken
Overervingspatroon:

  • Genetisch heterogeen
  • Een gedeelte van familiair prostaatcarcinoom is te wijten aan clustering van prostaatcarcinoom van multifactoriële origine. De clustering kan ook toeval zijn of het resultaat van overdiagnostiek.

Prevalentie:

  • 5-10% van alle gevallen van prostaatkanker

Kliniek:

  • Iets jongere leeftijd bij diagnose prostaatcarcinoom in vergelijking met niet-hereditair (sporadisch) prostaatcarcinoom (3-4 jaar jonger t.o.v. gemiddelde diagnoseleeftijd (66 jaar) in de algemene populatie).

  • Geen verschil met sporadische patiënten m.b.t. pre-operatief serum prostaatspecifiek antigeen (PSA) en TNM-stadium; geen duidelijk verhoogd risico op andere tumoren. Dit geldt niet voor patiënten met een pathogene BRCA2 kiembaan variant.

Genetische basis:

  • Bij een klein deel (6%) van de prostaatcarcinomen wordt een pathogene variant in de kiembaan gevonden in een gemiddeld- tot hoog penetrant gen, waarbij een pathogene variant in BRCA2 het meest voorkomend is.
  • Bij patiënten met gemetastaseerd prostaatcarcinoom wordt vaker een pathogene variant in de borstkanker-genen (BRCA1, BRCA2, CHEK2, PALB2, ATM) en MMR-genen (MLH1, MSH2, MSH6, PMS2) beschreven (4 tot 19% in buitenlandse studies, dit is hoger dan bij patiënten met gelokaliseerd prostaatcarcinoom (≤ 4%)).
  • Pathogene varianten van BRCA2 verhogen het risico op prostaatcarcinoom maar lijken niet een frequente oorzaak te zijn van Familiair Prostaatcarcinoom.
  • Ook de variant c.251G>A p.(Gly84Glu) in het HOXB13 gen verhoogt het risico op prostaatcarcinoom (Odds Ratio 2-8.7). In Nederland is de allelfrequentie in de populatie 0,2%. Onder patiënten met prostaatcarcinoom ongeveer een factor 7 hoger. De rol van HOXB13 in het ontstaan van klinisch significant prostaatcarcinoom is tot op heden onduidelijk. Op dit moment is niet duidelijk of (familie)onderzoek naar dragerschap van de HOXB13-variant zinvol is.
  • Er is inmiddels een groot aantal single nucleotide polymorfismen (SNPs) ontdekt (>170), die samenhangen met het risico op prostaatcarcinoom in de algemene populatie. Deze SNPs verklaren ongeveer 28% van het verhoogde risico in families met Familiair Prostaatcarcinoom.

Beleid
DNA-diagnostiek:

  • Het wordt aanbevolen, gebaseerd op wetenschappelijke publicaties en een internationale richtlijn, om bij aanwijzingen voor een erfelijk tumorsyndroom te screenen op pathogene varianten in kankerpredispositiegenen (borstkanker-genen en MMR-genen). Screening is met name belangrijk om erfelijke aanleg bij (vrouwelijke) familieleden op te sporen, waarbij tot op heden screening op pathogene varianten in de kiembaan van BRCA1BRCA2CHEK2PALB2 en ATM het meest zinvol lijkt.
  • Overwogen kan worden om DNA-diagnostiek in te zetten bij:
    • Prostaatcarcinoom* en familielid** met mammacarcinoom met een diagnoseleeftijd van 50 jaar of jonger
    • Prostaatcarcinoom* en familielid** met ovariumcarcinoom
    • Prostaatcarcinoom* en familielid** met pancreascarcinoom
    • Prostaatcarcinoom* en Joodse afkomst
         *Gleason score ≥ 7
         ** Eerste- of tweedegraads familielid
      Het wordt aangeraden om na te gaan of DNA-onderzoek kan worden uitgevoerd bij het aangedane familielid
  • In studieverband wordt onderzocht of de huidige criteria voor DNA-diagnostiek kunnen worden uitgebreid met patiënten met gemetastaseerd prostaatcarcinoom.
  • DNA-diagnostiek wordt bij patiënten met Familiair Prostaatcarcinoom niet geadviseerd. Zie ‘Periodiek onderzoek’ voor het aanbevolen beleid.
  • Bij patiënten met uitgezaaid castratieresistent prostaatcarcinoom kan voor de therapiekeuze genetisch onderzoek naar pathogene varianten in de tumor gedaan worden. Indien er een pathogene variant in tumorweefsel wordt gevonden, kan er ook een reden zijn voor kiembaandiagnostiek.

Periodiek onderzoek:

  • Bij de criteria voor Familiair Prostaatcarcinoom is het belangrijk om de aard van de tumoren mee te nemen. Als er sprake is van een clustering van overwegend patiënten met laag-risico tumoren (Gleason score ≤6; cT-stadium ≤T2a; PSA ≤10 ng/ml) die werden gediagnosticeerd op basis van PSA-screening dan wordt een terughoudend beleid aanbevolen (ter voorkoming van overdiagnostiek).
  • Screening naar prostaatcarcinoom wordt geadviseerd bij:
    • Eerstegraads verwanten van patiënten uit families met familiair prostaatcarcinoom. Vanaf 50- jarige leeftijd (of vijf jaar vóór de jongst gediagnosticeerde patiënt met prostaatcarcinoom in de familie, indien diagnoseleeftijd jonger dan 55 jaar) tot 75-jarige leeftijd
    • Dragers van een pathogene BRCA2 variant. Vanaf 45-jarige leeftijd (of vijf jaar vóór de jongst gediagnosticeerde patiënt met prostaatcarcinoom in de familie, indien diagnoseleeftijd jonger dan 50 jaar) tot 70-jarige leeftijd
  • Screening wordt bij voorkeur via de huisarts uitgevoerd en bestaat uit bepaling van PSA eenmaal per 2 jaar; bij verhoogde PSA-waarde (>3 ng/ml) verwijzing naar uroloog voor evaluatie.

 

Literatuur

  1. Kiemeney LA, Broeders MJ, Pelger M et al. Screening for prostate cancer in Dutch hereditary prostate cancer families. Int J Cancer 2008; 122: 871-6
  2. Lynch HT, Kosoko-Lasaki O, Leslie SW et al. Screening for Familial and Hereditary Prostate Cancer. Int J Cancer 2015; 138: 2579-91
  3. Benafif S, Kote-Jarai Z, Eeles R. A Review of Prostate Cancer Genome-Wide Association Studies (GWAS). Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2018; 27: 845-57
  4. Gudmundsson J, Sulem P, Gudbjartsson D, et al. A study based on whole-genome sequencing yields a rare variant at 8q24 associated with prostate cancer. Nat Gen 2012; 44: 1326-9
  5. Page EC, Bancroft EK, Brook MN et al. Interim results from the IMPACT Study: evidence for prostate-specific antigen screening in BRCA2 mutation carriers. Eur Urol 2019; 76: 831–42
  6. Pritchard CC, Mateo J, Walsh MF et al. Inherited DNA-Repair Gene Mutations in Men with Metastatic Prostate Cancer. N Engl J Med 2016; 375: 443-53
  7. Nicolosi P, Ledet E, Yang S et al. Prevalence of Germline Variants in Prostate Cancer and Implications for Current Genetic Testing Guidelines. JAMA Oncol 2019; 5: 523-8
  8. NCCN Guideline for Patients: Prostate Cancer, 2019. https://www.nccn.org/patients/guidelines/cancers.aspx
  9. Beebe-Dimmer JL, Kapron AL, Fraser Am et al. Risk of Prostate Cancer Associated With Familial and Hereditary Cancer Syndromes. J Clin Oncol, 2020
  10. Giri VN, Hyatt C Gomella LG. Germline Testing for Men With Prostate Cancer: Navigating an Expanding New World of Genetic Evaluation for Precision Therapy and Precision Management. J Clin Oncol 2019 37 1455-9
  11. Cremers RG, Galesloot TE, Aben KK et al. Known suspectibility SNPs show a similar association with “hereditary” prostate cancer. Prostate 2015; 75(5): 474-83
  12. Brandão A, Paulo P, Teixeira MR (2020). Hereditary Predisposition to Prostate Cancer: From Genetics to Clinical Implications. Int J Mol Sci 2020 21(14), 5036.