Richtlijnen VKGN - StOET

Index

Versie : 7 | Auteur : VKGN - Stoet | Laatste wijziging : 2023-12-14 10:07:51 door : VKGN - Stoet

Erfelijk paraganglioom/feochromocytoom


Laatste inhoudelijke update: 2017

Betrokken genen: (o.a.) MAX, MEN2A, NF1, RET, SDHA, SDHAF2, SDHB, SDHC, SDHD, THEM127, VHL

Expert opinion

 

Diagnostische criteria

  • Vaststelling van een mutatie in een van de ≥15 genen geassocieerd met paraganglioom/feochromocytoom

  • Feochromocytoom als onderdeel van erfelijk tumorsyndroom MEN2A, VHL, NF1

 

Kenmerken

Overervingspatroon:

  • Autosomaal dominant

  • Bij SDHD, SDHAF2 en MAX wordt het maternale gen geïmprint (gemethyleerd) en dus niet afgelezen. De aandoening komt daarom alleen tot expressie bij overerving via de vader

  • Bij SDHA en SDHB gereduceerde penetrantie

 

Prevalentie:

  • Voor feochromocytomen is de geschatte incidentie 1-2 per 100.000 per jaar

  • De prevalentie bij obducties ligt rond de 1 per 2300

  • In Nederland circa 1000 SDH-mutatiedragers (2016)

 

Kliniek:

  • Hoofd/hals paragangliomen: zwelling in de hals, slikklachten, heesheid, oorsuizen, duizeligheid, gehoorverlies vooral tussen de 20-40 jaar; ongeveer 40% asymptomatisch; vaak bilateraal/multipel (ongeveer 65%); soms catecholamine productie; kans op maligne ontwikkeling 5% bij SDHD en 10-20% bij SDHB

  • Feochromocytoom; vooral bij SDHB-mutatiedragers: (paroxysmale) hypertensie, transpireren, hartkloppingen, bleek wegtrekken, hoofdpijn, onwel bevinden, vaak ook asymptomatisch

  • Bij SDHB-mutatiedragers verhoogd risico op niercelcarcinoom

  • Bij tumorsyndromen (VHL, MEN2A, NF1) staan andere uitingen van het tumorsyndroom vaak op de voorgrond

 

Genetische basis:

  • ≥15 oorzakelijke genen bekend, waarvan de meeste zeldzaam tot uiterst zeldzaam zijn (PHD2, KIF1Bβ, HIF2A, FH, MDH2 en PHD1)

    • Tumorsyndromen (VHL, MEN2A, NF1)

    • SDHD: 2 founder mutaties in NL, 70-80% van de mutaties in NL

    • SDHB: 2 founder mutaties in NL, tientallen families

    • SDHA: 1 founder mutatie in NL, tientallen families

    • SDHC: zeldzaam

    • SDHAF2: één familie in Nederland en één in Spanje

    • TMEM127: zeldzaam

    • MAX: zeldzaam

 

Beleid

DNA-diagnostiek

  • Mutatiedetectiekans:

    • Bij familiair voorkomen paraganglioom/feochromocytoom ~95%

    • Bij geïsoleerd paraganglioom ~30-40%

    • Bij geïsoleerd feochromocytoom <50 jaar 5-10%

  • Vaak gen-paneldiagnostiek (SDHA, SDHAF2, SDHB, SDHC, SDHD, MAX, RET, TMEM127, VHL). Voorafgaand aan DNA-diagnostiek kan immunohistochemisch onderzoek (SDHA en SDHB) en biochemische typering richtinggevend zijn

  • Indien mutatie bekend: presymptomatisch DNA-onderzoek vanaf jonge leeftijd

  • Periodiek onderzoek: afhankelijk van oorzakelijk gen (zie tabel 1)

 

Tabel 1. Periodiek onderzoek

Gen

Periodiek onderzoek

SDHD, SDHAF2, MAX

Indien de mutatie van paternale herkomst is:

Vanaf 18 jaar (of overweeg vanaf 5-10 jaar voor de vroegste manifestatie in de familie):

  • Jaarlijks KNO-onderzoek; MRI-scan van het hoofd/halsgebied 1x /3 jaar

  • Jaarlijks consult endocrinoloog: anamnese, lichamelijk onderzoek, bloeddruk, metanefrines en beeldvorming op indicatie

SDHB

Vanaf 10 jaar:

  • Jaarlijks KNO-onderzoek; MRI-scan van het hoofd/halsgebied 1x /3 jaar

  • Jaarlijks consult endocrinoloog: anamnese, lichamelijk onderzoek, bloeddruk, metanefrines

  • MRI-abdomen en thorax op indicatie en in ieder geval iedere 3 jaar, inclusief diagnostiek naar niercelcarcinoom

SDHA, SDHC, TMEM127

Vanaf 18 jaar (of overweeg vanaf 5-10 jaar voor de vroegste manifestatie in de familie):

  • Jaarlijks KNO-onderzoek; MRI-scan van het hoofd/halsgebied

1x /3 jaar jaarlijks consult endocrinoloog: anamnese, lichamelijk onderzoek, bloeddruk, metanefrines en beeldvorming op indicatie

RET

Zie MEN2

VHL

Zie ziekte van Von Hippel-Lindau

NF1

Zie NF1

 

Behandeling:

  • Hoofd/hals paraganglioom: afhankelijk van lokalisatie, klachten, groeisnelheid

  • Feochromocytoom en extra-adrenaal paraganglioom: extirpatie

 

Algemeen:

  • Gezien het gevaar van hypertensieve crises in geval van een catecholamine producerend paraganglioom/feochromocytoom dient altijd pre-operatief endocrinologisch onderzoek plaats te vinden bij mutatiedragers

  • Periodiek onderzoek en behandeling in een gespecialiseerd centrum

 

Website

www.paragangliomen.nl

 

Literatuur

  1. Martucci VL, Pacak K. Pheochromocytoma and paraganglioma: diagnosis, genetics, management, and treatment. Curr Probl Cancer 2014; 38: 7-41

  2. Lenders JW, Duh QY, Eisenhofer G et al. Endocrine Society. Pheochromocytoma and paraganglioma: an endocrine society clinical practice guideline. J Clin Endocrinol Metab 2014; 99: 1915-42

  3. Van Hulsteijn LT, Dekkers OM, Hes FJ et al. Risk of malignant paraganglioma in SDHB-mutation and SDHD-mutation carriers: a systematic review and meta-analysis. J Med Genet 2012; 49: 768-76

  4. EPM van der Kleij-Corssmit EP, Havekes B, Vriends AH et al. Feochromocytomen en paragangliomen: implicaties van nieuwe inzichten voor diagnostiek en behandeling. Ned Tijdschr Geneeskd 2008; 152: 489-93

  5. Ricketts CJ, Forman JR, Rattenbury E et al. Tumour Risks and Genotype-Phenotype-Proteotype Analysis in 358 Patiënts with Germline Mutations in SDHB and SDHD. Hum Mutat 2010;31:41-51